Hoor ik dat nou goed? Ik kijk even naar links waar een lieve vriendin van me aan tafel zit en zie een open mond en ogen op stokjes. Ja, dat heb ik dus echt goed gehoord. Er volgt een stilte vol ongeloof. En net wanneer ik me bedenk dat dit toch wel één van de meest bizarre opmerkingen is die je kan maken nadat er iemand overleden is, doet hij er nog een schepje bovenop. “Nou ik denk zelfs dat er geen enkele man is die ooit nog wat met u wil beginnen want u bent veel te gevaarlijk!”

Hij windt er geen doekjes om

De beste man heeft zich goed ingelezen voordat hij dit gesprek begon. Dat moet ik hem nageven. Hij windt er ook niet bepaald doekjes om. Dat vind ik wel prettig eerlijk gezegd. Alles beter dan een olifant in de kamer waar niemand over spreekt of naar durft te vragen. Het zou ook heel goed een ironische grap van mij kunnen zijn wanneer ik deze opmerkingen zélf had gemaakt. Maar een volstrekt onbekende die mij mag informeren over een product dat interessant voor me zou kunnen zijn?

Medeleven betuigen 

Je bent het vast met me eens dat je medeleven betuigen best lastig is. En dat, hoewel zijn intenties vast goed waren, deze meneer de plank behoorlijk mis slaat. Toch komt er heel wat wonderlijks voorbij. Toen Ronald overleed was het maar goed dat we niet getrouwd waren en geen kinderen hadden. Want wie wil er nu een weduwe en kinderen van een ander? Na het overlijden van Jo was het min of meer mijn eigen schuld. Dat had ik kunnen weten gezien het leeftijdsverschil. Het is ook niet gek dat hij nog maar 1x in je droom is verschenen. Daar heeft hij geen tijd voor want hij is feest aan het vieren met zijn vrouw daarboven. Of, ik weet wat het is. Mijn cavia is ook dood.

Het is toch allemaal goed bedoeld?

Als ik al zin en het lef had om hier op te reageren werd me dit niet bepaald in dank afgenomen. Het is toch allemaal goed bedoeld? Maar betekent dit dan dat je alles zomaar kan zeggen? En moet ik het vervolgens dan maar met een glimlach op mijn gezicht incasseren? Alsof het me niets doet en ik niet mag voelen wat ik voel.

Kijk die meneer hier bij mij aan tafel weet bijvoorbeeld niet dat ik op zaterdagavond bij voorkeur alleen thuis zit. Waarom? Wanneer je leven je lief is, is het beter om dan niet in mijn nabijheid te zijn. Volstrekt idioot maar dat is wat mijn brein me nog vaak vertelt. Er is namelijk bij herhaling gebleken dat er op zaterdag rond een uur of 21.30 dierbaren in mijn omgeving sterven. Ik ben gevaarlijk, inderdaad. Zie hier het restant en de gevolgen van wat angst en een trauma met je kan doen.
Die trouwerij zou in het voorjaar plaatsvinden. En kinderen? Wat had ik ze graag samen gehad! Leeftijdsverschil? Het verdriet is er toch echt niet minder om. Het beeld van een feestvierende partner die geen tijd voor me heeft terwijl mijn wereld net is ingestort, daar word ik ook niet bepaald vrolijk van. Over die cavia zwijg ik liever. Maar ook naar hoor.

Laat vóóral wat van je horen maar denk wel een beetje na

We kennen allemaal wel van die “oeps” momenten.  Waarvan je achteraf denkt dat had ik beter iets anders kunnen zeggen of doen. Je wilt iemand niet onbedoeld kwetsen. Na een verlies (door overlijden, van baan, gezondheid, relatie)  ligt alles nóg gevoeliger. Het feit dat je stilstaat bij het verdriet, de tijd neemt om te luisteren, over je eigen drempels wilt stappen en er ook ná het medeleven bent, is hartverwarmend en werkt helend. Dus laat vóóral wat van je horen, maar denk wel een beetje na. Dat is eigenlijk wat ik hier mee aan wil geven

Rouw gaat niet alleen over verlies en verdriet maar tegelijkertijd over liefde, geluk en blijdschap. Het geeft verdieping, kan verbinden en ons op die manier dus óók heel veel moois en waardevols opleveren.

December, feestdagen of vreesdagen?
Een maand vol warmte, liefde, gezelligheid en feestdagen. Maar hoe is dat wanneer je iemand moet missen? Aan de ene kant genieten aan de andere kant verdriet en gemis dat juist in deze periode van het jaar sterker voelbaar is dan anders. Hoe ga je hier nou mee om?

Overal lichtjes
De winkelstraat ziet er weer schitterend uit. De etalages zijn op hun mooist. Stijlvolle feestkleding, cadeautjes, prachtige kerstversieringen en overal lichtjes. Ik ben er dol op. Een Piet wordt  omringt door kinderen die met verwachtingsvolle ogen een beetje verlegen in zijn buurt rondhangen. Je weet maar nooit of hij nog wat snoepgoed gaat strooien. Die aanblik tovert een glimlach op mijn gezicht en brengt me in gedachten terug naar vroeger.

Stralend klein meisje
Met z’n allen naar oma waar we hyper de pieper zitten te wachten op het moment dat er van voor naar achter hard op de ramen werd gebonsd en we verschrikt van onze stoel de lucht in springen. De zwarte hand die daarna tevoorschijn komt strooit snoepgoed de kamer in waarna alle kleinkinderen in kruimeldieven veranderen. Vervolgens rent iedereen gillend door elkaar heen op zoek naar de grote zak die  zoals altijd achter de schuifdeuren van de serre staat. Ik zie mezelf daar weer in de kamer op de stoel zitten. Een stralend klein meisje met veel praatjes. Voor niemand bang maar wél voor Zwarte Piet.

De realiteit van nu
December, een feestmaand vol warmte, liefde, gezelligheid en samenzijn met vrienden en familie. Ik geniet er intens van en tegelijkertijd voel het ook als de angst van het kleine meisje voor Zwarte Piet. Dat wil ik niet maar het is de realiteit van nu. December is een maand van tegenstrijdige gevoelens en emoties geworden waarin het gemis sterker is dan anders. Want in gedachten zie ik óók een lege stoel naast me aan tafel, maak je een grap waar je zelf het hardst om moet lachen, ben jij jouw overheerlijke Boeuf Bourguinon mét geheim ingredient aan het koken, kruip ik lekker tegen je aan op de bank en zingen we enthousiast mee met het ” it’s the most wonderful time of the year.”

Zorg en aandacht
Het contrast tussen de in kerstsfeer omgetoverde buitenwereld en dat wat ik nog regelmatig van binnen voel  is groot. Je ziet het niet aan me. Maar de pijn van die onzichtbare wond kan me altijd overvallen. De komende weken zal ik die wond vaker gaan voelen. En dat is OK. Ik zal er goed voor zorgen. Gemakkelijk is dat niet. Maar het helpt wanneer ik me omringd weet door mijn dierbaren. Dat jouw naam bij alle feestelijkheden gewoon genoemd wordt. Wanneer er herinneringen worden gedeeld, de mooie en de slechte. Dat ik de mogelijkheid heb om me even terug te trekken, ik de dagen niet vol plan en de frisse buitenlucht op zoek.

Dankbaarheid
December, de maand waar ik van geniet en die ik tegelijkertijd vrees. Een maand van geluk en van verdriet. Maar wanneer ik denk aan wat mij vreugde bracht begint er een hartverwarmend gevoel van dankbaarheid door mij te stromen. En precies dát maakt alles veel lichter. Ik hoop dat jij samen met je dierbaren goed voor jouw wond zorgt. Dat je doet wat goed voelt voor jou! En dat je volop geniet van al het moois, liefs en goeds dat er tijdens deze moeilijke dagen nog steeds is.
Ik wens je veel licht(heid) in deze donkere maanden toe!

 

Herinneringen: bikkelhard en bitterzoet.
Over leren leven met verdriet en tegelijkertijd ontdekken dat je nog steeds kan en mag genieten.

“Staying alive”

De radio staat aan en het liedje “Staying alive”van de Bee Gees klinkt ineens door de kamer. En ik zie mezelf pats boem weer voor in de ambulance zitten die met gillende sirenes en gierende banden richting het ziekenhuis rijdt. We zijn de straat nog niet uit of er wordt geroepen; “Geen hartslag meer, we gaan reanimeren!” Ik hoor hoe 2 handen op het ritme van Staying alive je borstkas indrukken. Het zal de reanimatiecursus van de BHV lessen zijn geweest. Daar werd ons aangeleerd dit lied in gedachten te houden wanneer je zelf moet gaan reanimeren.
De Bee Gees, ik heb er altijd al een bloedhekel aan gehad!

Ik voel je aanwezigheid naast me.

Nog voor we het ziekenhuis bereiken wordt er geïntubeerd want er is geen ademhaling meer. Een team van artsen staat ons op te wachten. Iedereen kijkt bezorgd. De ambulancebroeder ziet er geschokt, verhit en rood uit. Later realiseer ik me pas dat hij een enorme inspanning heeft verricht. Langdurig reanimeren vraagt om een topconditie. Inmiddels is zijn taak overgenomen door een apparaat dat jou moet redden. Maar ik weet, je bent er al lang niet meer en ik voel je aanwezigheid naast me.
Samen kijken we naar de artsen die je tevergeefs proberen terug te halen.

Bikkelhard en bitterzoet

Een liedje, een opmerking, een foto, een ontmoeting, het strand, een lach, het verdriet van een ander, noem maar op. Zo nu en dan werpt het me geheel onverwacht terug in de tijd. De ene keer gaan die herinneringen gepaard met verdriet, pijn en een eenzaam gevoel. Maar de andere keer verschijnt er een grote glimlach op mijn gezicht en voel ik een diepe rust, kalmte en dankbaarheid.
Herinneringen: bikkelhard en bitterzoet.

Tot leven laten komen wat gestorven leek.

Jij bent dood en kan niet meer tot leven gewekt worden. Wat in mijzelf gestorven is wel. “Tot leven laten komen wat gestorven leek” las ik laatst ergens. Daar wil ik voor gaan en misschien is dat wel wat rouwen eigenlijk is. Werken aan een nieuwe versie van mezelf. Leren leven met mijn verlies en tegelijkertijd ontdekken dat ik nog steeds kan en mag genieten.

“Ik voel weer dat ik leef”

Een medereiziger van een van de vakanties met ‘we Carry on’ omschreef het als volgt;
“Sinds mijn vrouw overleden is voel ik me leeg. Ik ben een stuk van mezelf kwijtgeraakt. Tijdens deze vakantie beleef en vertel ik van alles. Het is vertrouwd en bij vlagen ben ik die 20 jarige van toen. Zorgeloos en onbevangen.
Ik voel weer even dat ik leef en ben ongelofelijk blij dat ik weet dat het er dus nog in zit!
Staying alive…………..

 

Benieuwd naar de hartverwarmende vakanties van we Carry on? Kijk dan eens op de website of volg ons op Facebook

 

Waar voor velen de vakantieperiode een tijd is om naar uit te kijken is het voor iemand wiens partner overleden is juist een periode waar het verdriet en gemis extra benadrukt wordt. Je kan er dan ook erg tegen opzien. In dit blog een verhaal over de eerste keer  dat ik alleen op vakantie ging na het overlijden van mijn partner.

Zomervakantie

De zomervakantie komt er aan. Jaarlijks een bijzonder prettig vooruitzicht. Maar na het overlijden van je partner kan je juist als een berg opzien tegen de vakantie. Mensen vragen je “waar ga jij naar toe?” Ja, waar ga ik naar toe? Blijf ik thuis met mijn verdriet en met mijn hoofd onder de dekens? Ga ik toch mee met die lieve vrienden, zie hen gelukkig zijn samen waardoor ik het gemis nog meer voel? Of moet ik me niet aanstellen en ga ik “gezellig”in mijn eentje ergens naar toe? Van de gebruikelijke voorpret is even helemaal geen sprake. “Hoe kom ik in hemelsnaam die vakantiedagen door?”

Out of Africa

Heb je de film out of Africa gezien? Uitgestrekte savannes,, fascinerende wildernis, de avontuurlijk Denys Fynch Hatton, de wilskrachtige Karen Blixen en de prachtige ingetogen muziek die de beelden ondersteunde. Zo wilde ik me voelen dus daar moest ik naar toe, die eerste vakantie na het overlijden van mijn partner.

Uitgezwaaid door 2 zussen met een nogal bezorgde blik in hun ogen, op weg naar een tentje in de bush, omringd door de Big 5. Fantastisch toch? Niet alleen het vliegtuig steeg op. Mijn arm besloot op de een of andere onverklaarbare manier hetzelfde te doen. Stel je voor je zit naast iemand die steeds haar arm de lucht in steekt en met de andere probeert deze tegen te houden. Ik had er geen enkele controle over. Het gebeurde gewoon. Bizar.

Varen op de Okavango in een uitgeholde boomstam. Een met pijl en boog gevangen impala aan het spit. Gamedrives die de werkelijk schitterende natuur met al haar wilde dieren in hun natuurlijke habitat lieten zien. De indrukwekkende Victoria Falls. De geur van smeulend hout. De prachtige zonsondergangen die ervoor zorgden dat de hemel rood kleurde. Het was er allemaal. Maar ik was er niet. Niet echt in ieder geval.

Raften op de Zambezi. Een mooie weerspiegeling van waar ik dan wel was. Geen gelijkmatig, rustig kabbelend riviertje maar angstaanjagende, onvoorspelbare, kolkende massa’s water met stroomversnellingen met onheilspellende namen als the Washing Machine en the Centrifuge. Uiteraard was ons rubberbootje niet bestand tegen zoveel geweld en sloeg meerdere keren om. Zie dan nog maar eens levend uit het water te komen was ons vooraf nog verteld. Tot mijn eigen verbazing verdronk ik niet maar werd ik door een paar sterke armen aan de kraag van mijn reddingsvest uit het water zo de boot weer ingetrokken.

Hartezeer

Ik was al lang weer opgedroogd en het rillen was dus niet van de kou. Wat was er dan toch de hele tijd met me aan de hand? Het antwoord kwam van een van mijn medereizigers; “jij hebt hartezeer!” De pijn op mijn borst die ik de hele tijd voelde was dus geen voorteken van een hartaanval? De verwarring, angst en paniek die ik voelde, het kwam allemaal door verdriet. Een ander soort diep verdriet weliswaar dan dat ik ooit hiervoor gevoeld had. Ik was er als aangeschoten wild voor op de vluchtgelagen naar het verre Afrika. Maar ik nam het mee. Er viel niet aan te ontkomen.

Niet bepaald een succesverhaal die eerste vakantie na het overlijden van mijn partner. Of juist wel? Ik leerde dat vluchten voor mijn verdriet geen zin heeft. Ik moest er dwars door heen. Ik leerde ook dat je niet zo snel “verdrinkt”. Dat er altijd wel iemand is die je ziet. Dat het ok is om even niet ok te zijn. Dat de zon ondergaat en ook altijd prachtig opkomt. Oh ja, en dat malariapillen niet bepaald bevorderlijk zijn voor de geestelijke toestand waarin he verkeert.

Het is belangrijk om ruimte te kunnen, mogen en durven geven aan je verdriet. Ook wanneer je op vakantie bent. Of dat nou thuis is met een dekentje en een kopje thee op de bank, of waar dan ook ter wereld. Wees vooral een beetje lief voor jezelf en doe je niet sterker voor dan je nu bent. Zacht zijn mag en vakanties zijn hoe dan ook heerlijk!

Wil  je niet alleen op vakantie maar er wel even volledig verzorgd op uit met gelijkgestemden?
Kijk dan eens bij vakanties

 

 

Yoga, een ontspannen begin van de dag zou je denken.
Vier tellen inademen, zeven  tellen vasthouden en acht tellen uitademen. Ik loop rood aan en ontplof bijna. Het lukt me niet en ik sla tellen over. Dat merkt toch niemand.
Gedachten schieten alle kanten op. Ik kan me niet focussen. Het is duidelijk, ik lig in een vecht- vlucht houding op mijn matje . “Uit je hoofd, in je lijf”. Makkelijker gezegd dan gedaan! Maar ik ga door en het lukt me beter om mijn gedachten los te laten.
Ik heb niet langer het idee dat ik stik.
Mijn lijf ontspant.
Een klein beetje.

In de krant lees ik een bericht over een jongen van school. Ik herinner me hem nog heel goed. Hij is de jongen die iedere dag komkommer in zijn broodtrommeltje vond tot die ene dag want toen zag hij worteltjes. De voorspelbaarheid die hij nodig had was weg. De totale ontreddering, verwarring, chaos, angst en verdriet die dat teweeg bracht was niet te overzien. Zijn brein kon dit niet aan. Een zeer indrukwekkende en een langdurige woede-uitbarsting volgde.
Als je hierdoor al zo van slag kan raken wat zal jij het dan zwaar krijgen in dit onvoorspelbare leven dacht ik nog.

Ik stap in de auto en rij naar jouw huis, mijn tweede thuis, in Vught. Vandaag kan ik nog een laatste keer naar binnen om afscheid te nemen. De realiteit slaat hard toe; leeg, onomkeerbaar, melancholie, voorgoed, verlangen, gemis, vergankelijkheid.
Ik ga in iedere kamer zitten en voel wat er te voelen is. Dat is heel veel. Toch is het nodig. Ik laat het allemaal maar gebeuren. Uiteindelijk voel ik me rustig worden en er komt een soort van serene, vredige kalmte over me heen. Het lukt me om voor de  laatste keer de voordeur achter me sluiten.

Wanneer ik weer naar huis rij denk ik aan de wortels en komkommers. Eigenlijk is dit precies wat het plotselinge overlijden de afgelopen maanden met me heeft gedaan. Een achtbaan aan emoties die elkaar in een rap tempo afwisselen en waar ik geen enkele controle over hebt. Wanhoop, verdriet, boosheid, gemis, onzekerheid, uitgeput, leeg.

Er wordt gevraagd “hoe gaat het met je ?”
Een goed bedoelde rotvraag waar ik me uiterst ongemakkelijk bij voel. Wat moet je daar nou op zeggen?
Het liefst beantwoord ik die vraag met “goed hoor” of “het gaat wel!” Want ja wanneer ik dat hardop zeg, geloof ik het zelf misschien ook!
Maar eigenlijk wil ik zeggen “slecht!” Soms doe ik dat ook.
Gezien de schrikreactie, de stilte en voelbare ongemakkelijkheid die hierop volgt weet ik dat, in de meeste gevallen, dit niet het gewenste antwoord is.

Er is inmiddels al weer meer dan een jaar verstreken en ik stel de vraag nu aan mezelf. En ik realiseer me dat, ondanks dat het lang niet altijd zo voelt, het echt beter met me gaat.
Dat voelt als een enorme opluchting.
Een geruststellende, hoopvolle gedachte die perspectief en houvast biedt.

Hopelijk ook voor jou!